Gerechtigheid: herpesvirus velt Japanse oester

De Oud-Sabbingepolder grenst aan het Veerse Meer, tot 1961 de natuurlijke zeescheiding tussen Noord- en Zuid-Beveland. In het kader van de Deltawerken is het water ingedamd. Toen mevrouw en meneer Omta in 2002 hun huidige woning kochten was het Veerse Meer nog brak. In de oude, door eb en vloed uitgesleten geulen zwommen dan nog steeds grote scholen haringen. Ze raakten ingesloten in 1961. In 2004 is het Veerse Meer met een grote pijp verbonden met de Oosterschelde. Het water wordt sneller dan verwacht weer zout.

De ecologische kwaliteit verbetert door die ingreep. Met het zoute water komen de mosselen. In 2006 verzamel ik al snorkelend mosselbroed, schelpjes van een paar millimeter groot. Dat klinkt ingewikkelder dan het is omdat ze zich als matjes verzamelen op stenen en steigerpalen. Het broed leg ik op een rustige plek bij de vaargeul. De jaren daarna hoef ik voor een maaltijd mosselen maar naar mijn kwekerij te zwemmen, de snorkel op te doen en de mooiste exemplaren te oogsten.

Het feest duurt kort. Want met het zoute water bereikt ook de Japanse oester het Veerse Meer. Een exoot, in 1963 door oestertelers geïmporteerd toen na een strenge winter en ziektes de inheemse oesters massaal het loodje legden. De Japanse variant overwoekert snel de oorspronkelijke populaties en wordt een plaag. Ook mijn mosselboerderijtje moet er aan geloven. Vandaag lees ik dat de platte oester lijkt op te krabbelen: de Japanse variant heeft last van een herpesvirus. Gerechtigheid. En misschien wordt het weer tijd voor een eigen perceeltje mosselen.

Dit bericht is geplaatst in Foto, Oud-Sabbinge, Zeeland. Bookmark de permalink.

Geef een reactie