Waarom ik op Facebook blijf

Wellicht hebben we allemaal nagedacht of we op Facebook blijven of de kuierlatten nemen. Ik in elk geval wel. De schandalen van de laatste weken rond onze data en privacy kun je moeilijk achteloos over de schouder gooien. Daarvoor zijn ze te indringend. Voor Arjen Lubach zelfs reden op te roepen vanavond je Facebook-account te deleten. In mijn Facebook-bubbel laat Joyce weten er gehoor aan te geven: “Ja, dat ga ik dus inderdaad gewoon doen! Tot ziens in het echte leven allemaal…vanaf woensdagavond ben ik niet meer via Facebook bereikbaar.”

Elders in mijn bubbel verwoordt oud-collega Roland wat ook mijn twijfels zijn: “De pest is: Facebook brengt me ook veel. Het biedt een podium waar ik nogal aan gehecht ben. Ik deel graag foto’s die ik maak, en observaties die ik noteer. En Facebook is een manier om van de wederwaardigheden van allerlei mensen op de hoogte te blijven. Mensen die ik in levende lijve maar zelden zie.” Dat vind ik ook prettig. En wat Roland er aan toevoegt geldt ook voor mij: “Ik zit vrij veel alleen te werken thuis, en mijn vrouw èn Facebook vormen dan zo’n beetje mijn connectie met een wereld buiten mijn eigen gedachten. Afscheid nemen van Facebook zou aanvoelen als een soort sociale zelfmoord.”

Ik kan nog aanvullen dat ik een aanzienlijk deel van mijn omzet verwerf op Facebook en andere sociale media. Dat speelt, de eerlijkheid gebiedt het te zeggen, ook een rol in mijn overwegingen. Mijn hele werkzame leven publiceer ik. Het liefst zo autonoom mogelijk. Facebook als uitgeverij is daarom voor mij een fantastisch en onovertroffen platform. Ik kan er, ook dankzij de promotiemogelijkheden en verzamelde data van Zuckerberg, mijn doelgroep bereiken (iedereen die in Goes woont of geïnteresseerd is), feedback ontvangen op video’s en krijg er suggesties voor nieuwe onderwerpen. Hoe mooi kun je het hebben! Facebook hanteert overigens, leerde ik onlangs, een eigen definitie van woonplaats: dat is de plek waar je telefoon ’s nachts ligt. Want ook dat weten ze.

Al met al is de invloed van Facebook groot geworden. Op een reünie merkte ik dat het ook daar doorwerkt. Het ging niet meer over de standaardonderwerpen. Want het antwoord op al alle vragen weet je al. Getrouwd? Gescheiden? Van baan veranderd? Vakantiebestemmingen? Het is al gedeeld voor aanvang van de reünie, die gaat gewoon verder bij de laatste post die je van elkaar las. Wel net zo prettig, eigenlijk.

Voorlopig blijf ik op Facebook. Niet omdat ik vertrouw op het vermogen van Zuckerberg c.s. hun eigen shit op te ruimen. Dat gaat jaren duren, melden ze doodleuk. Maar ik zie wel overheden hun verantwoordelijkheid pakken met (nieuwe) privacywetgeving. We moeten nog zien hoe het uitpakt maar het begin van bewustzijn over de urgentie is er. Ik wacht dat af. Ondertussen blijf ik zelf uitmaken wat ik wel en niet deel met jullie.

Er is ook een min of meer visionaire reden om ‘gewoon’ op Facebook te blijven. De mensheid zal, is mijn verwachting, in het volgende stadium van haar ontwikkeling 24/7 toegang krijgen tot gedeelde kennis, theorieën, inzichten en ervaringen. Daar moeten we nu nog internet voor op. Maar eens zal dat onderdeel van ons brein worden. In dat geval worden we, linksom of rechtsom, met ons allen een netwerk. Ik dacht lang dat volkorenbrood eten en goede sex de basis waren. Maar onbeperkte toegang tot kennis kan er wat mij betreft bij, nu dat technisch in het verschiet ligt. Graag zelfs. En daar horen netwerken bij. Of Facebook er dan nog is, weet ik niet. Is ook niet zo belangrijk. En dat we gecontroleerd en gestuurd worden? Ach, dat is al zo oud als de mensheid. Het gebeurt binnen maatschappelijke zuilen, (sub)culturen, woongemeenschappen en religies ook. Misschien wel nog geniepiger dan op de sociale media.

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, Opinie, Werk. Bookmark de permalink.

Geef een reactie