VIA DE HOERENLOPER NAAR ‘PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU’

“Zullen we eerst een rondje eiland doen?”, stelt mevrouw Omta voor als we aan het begin van de feestelijkheden voor 10 jaar huwelijk op een elektrische deelscooter stappen. Na de toeristische tour aperitieven we sushi in Hotel New York op de kop van de Wilhelminapier. Daarna wandelen we over de brug die de pier met Katendrecht verbindt: De Hoerenloper (laat het geven van bijnamen maar aan Rotterdammers over, De Kaap was het rafelrand-amusement van Rotterdam en probeert dat in een 2.0 versie te blijven). Diner bij Deli Bird. Thais, een feestje. In LantarenVenster bestellen we het dessert en zien we in een kostuumdrama wat een korte liefde kan zijn.

De film is een portret van vier vrouwen in 1760 maar gaat evengoed over portretteren. Daar begint de film mee. Kunstenares Marianne (Noémie Merlant) legt leerlingen uit hoe een gezicht op doek of papier vast te leggen. Regisseuse Céline Sciamma trekt daarna alle registers open.

Marianne laat zich naar een eiland voor de kust van Bretagne roeien. Daar lijdt Heloïse (Adèle Haenel) een idioot bestaan: zij verzet zich tegen uithuwelijking aan een Milanees die de status en het financiële fundament van de familie kan versterken. Maar Milaan wil eerst een portret zien. Heloïse weigert daar aan mee te werken. Marianne gaat een nieuwe poging wagen, wordt voorgesteld als chaperonne en schildert stiekem ‘s nachts een portret. Allemaal mooie plaatjes en ingetogen verhaallijnen over de twee inmiddels smoorverliefde vrouwen.

Als Heloïse’s moeder een paar dagen weg is weten we al hoe intens de vrouwen elkaar observeren. Hun erupte liefde mee te ervaren is een feestje. De brandende rok van Heloïse, hoe duidelijk wil je het hebben, is het ultieme ja-ik-wil in dit portret van een jonge vrouw in vuur. De buitenopnamen zijn zoals verwacht in een film gedraaid aan de Bretonse kust, met een zee in alle denkbare uitersten. Dienstmeisje Sophie is opgewekt aanwezig maar ook hoofdpersoon in een schets van de toenmalige abortuspraktijken. Twee eeuwen geleden waren er meerdere, Sciamma laat rauw de voornaamste varianten zien. Ondertussen worstelen Marianne en Heloïse met het onvermijdelijke, die Italiaanse meneer.

‘Portrait de la jeune fille en feu’ is oogsnoep. Het einde van de film, een minutenlang lang ingezoomd shot van Heloïse, laat me in haar gelaat en tranen het voorafgaande herbeleven. En dat is geen straf. Vier van de vijf sterren.

Dit bericht is geplaatst in Film met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie