IN DE KROCHTEN VAN DE MAFFIA

★★★★★

Als we ooit plezier hebben gehad van onze maandelijkse bijdrage aan Netflix, dan was dat met het kijken naar The Irishman. In maar liefst 3,5 uur neemt Martin Scorsese – zonder een moment te vervelen – de kijker mee in het maffialeven van Frank Sheeran, gespeeld door Robert De Niro. De betaalzender had maar liefst 135 miljoen euro over voor de productie.

The Irishman, de bijnaam van Frank Sheeran, toont hoe ondermijning werkt, hoe onder- en bovenwereld verweven raken en de maatschappij in een houdgreep nemen. De film schetst dat met het waargebeurde verhaal van The Teamsters, een Amerikaanse vakbond voor vrachtwagenchauffeurs. Voorzitter is maffiabons Jimmy Hoffa (Al Pacino).

Sheeran’s maffiacarrière start met toevalligheden. Tijdens autopech ontmoet hij godfather Bufalino (Joe Pesci). Even zo toevallig wordt Sheeran vleesleverancier voor maffiosi. Maar vanaf dan gaat het hard. Sheeran doet zijn eerste smerige klusjes en wordt door Bufalino geïntroduceerd bij Hoffa als lijfwacht en manusje voor alles. Kleine klusjes worden grote klussen: Sheeran ‘schildert huizen’, een verwijzing naar de bloedspetters die op de muur achterblijven.

Toch is dit geweld, in tegenstelling tot veel maffiafilms, nauwelijks meer dan voetnoten in het verhaal. Dat gaat vooral over hoe de onderwereld zich tot zichzelf verhoudt, hoe de hiërarchische lijnen lopen en families daarin hun plek zoeken. Mooi is de rol van Sheeran’s dochter Peggy, zij doorziet haar vader. Ook wanneer Sheeran uiteindelijk zijn eigen vakbond ‘krijgt’, daar jubileert en behalve Hoffa ook de burgemeester en de officier van justitie op het podium zitten.

Als Hoffa bij de vakbond is uitgespeeld, volgt de afrekening. Iemand moet het doen. Dat wordt zijn vertrouweling Sheeran. De Niro kijkt zoals alleen hij dat kan wanneer de reikwijdte van de opdracht doordringt, bijna appelig. Maar hij accepteert de klus en liquideert Hoffa, zijn leermeester en idool.

Al deze facetten van zijn levensloop leren we als Sheeran in een verzorgingshuis terugkijkt op zijn leven. Vervreemd van dochter Peggy, nog steeds gesloten als een oester en onhandig in de weer met een priester die hem probeert bij te staan. We eindigen allen gelijk: nutteloos en kwetsbaar, lijkt Scorsese te willen zeggen.

Een groot deel van het filmbudget ging op aan het digitaal verjongen van De Niro, Pacino en Pesci. Dat pakt goed uit. Scorsese heeft zichzelf hiermee vernieuwd als regisseur en de filmwereld de weg gewezen hoe digitaal om te gaan met vertellingen waarin oudere acteurs hun jongere zelf spelen. Scorsese legt de lat hoog.

Dit bericht is geplaatst in Film met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie