DOSSIER INDIË IS GENADELOZE GESCHIEDSCHRIJVING

★★★★★

Mijn vader woonde het laatste jaar van de oorlog in een hol, bij een boer in Ruinerwold. Want hij wilde niet werken voor de Duitsers dus dook onder. Na de bevrijding ging hij als dienstplichtig soldaat naar Indië, om samen met 200.000 lotgenoten het vrijheidsstreven van de Indonesiërs de kop in te drukken. Dat mislukte groots: de vrijheidsdrang won het van de Nederlandse bezetters, de internationale weerstand tegen wat eufemistisch een ‘politionele actie’ heette was te groot. Indië ging verloren, de kist waarin mijn vaders spullen terug naar Nederland werden gestuurd staat bij ons in de gang.

Vader Klaas worstelde de rest van zijn leven met de vraag hoe het mogelijk was dat hij haarscherp de Duitse onderdrukking herkende en toch naar ‘Ons Indië’ ging om daar feitelijk hetzelfde te doen als de Duitsers in Nederland.

Als hij nog leefde had hij naar ‘Dossier Indië’ gewild, de tentoonstelling die acteur en fotograaf Thom Hoffman samenstelde voor het Wereldmuseum in Rotterdam.

Over de Nederlandse aanwezigheid in kolonie Indië, een eilandenrijk groter dan Europa, is veel gezegd en geschreven. Hoffman koos voor het beeld als invalshoek. En dat pakt geweldig uit. De tentoonstelling begint met geschilderde idyllische landschappen die de schoonheid van de eilanden tonen. Na de uitvinding van de fotografie laten welgestelde Nederlanders zich vastleggen op hun plantages. Maar al snel zijn er ook fotografen die oog hebben voor de Indonesiers.

En dan gaat het onbarmhartig hard. Alles blijkt op beeld vastgelegd. De research van Hoffman in de archieven van Nederlandse musea en privécollecties legt een werkelijkheid bloot die onvoorstelbaar is. “Deden wij dat?”, vraag ik me soms af bij opnamen van pure slavernij, onderdrukking, executies, martelpraktijken. Feitelijk voerden wij honderden jaren een smerige oorlog. Slachtoffers aan Indonesische zijde worden geteld in duizenden, tienduizenden, honderdduizenden.

Allemaal zaadjes voor de vrijheidsstrijd die eind jaren veertig wordt gevoerd. En gewonnen. En dat was een oorlog, sorry ‘politionele actie’, waarin Nederland niet onderdeed voor de Duitse SS. Aan die smerigheid deed mijn vader volgens eigen zeggen niet mee, hij zat bij de verbindingen. Maar telkens als hij dat uitlegde zag je dat hij zich realiseerde dat hij de oorlogsmisdaden dan toch minimaal faciliteerde.

Pas vanaf de jaren zestig komt er in Nederland ruimte voor onderzoek naar ons gedrag in Indië. En daarin zit misschien wel het antwoord op de vraag waar mijn vader mee worstelde. Het was mainstream om vooral de zegeningen van de Nederlandse koloniale periode te zien (‘daar werd wat groots verricht’). Het dominante frame was dat we ‘daar’ iets goeds deden. En het leverde ook nog wat op: in sommige jaren een derde van de rijksinkomsten. Al zag mijn vader daar weinig van, hij kreeg een sinaasappel na terugkomst in Nederland. En een treinkaartje naar Meppel.

Over Dossier Indië zou mijn vader gezegd hebben: “Iedereen moet dit zien, we zijn bedonderd”. Ik kan het slechts beamen: Dossier Indië is een geweldig beeldverslag en daardoor beklijvende geschiedschrijving over zwarte bladzijden in ons verleden.

 

Dit bericht is geplaatst in Opinie, Privé met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie