JEUKWOORD VAN HET JAAR: NOG

Ben nu een week bezig met de eerste van zes chemokuren (van drie weken). De medicatie moet mijn darmkanker en uitzaaiingen beteugelen. Niet om te genezen maar om anderhalf jaar aan mijn levensverwachting toe te voegen.

Van misselijkheid en pijn heb ik geen last. Maar wat ben ik ongelooflijk moe. En dat wordt met de dag erger. Nog een week en dan heb ik zeven dagen rust. Lees: geen chemo. “Vakantieweek”, noemde iemand op oncologie het.

Momenteel ligt mijn immuunsysteem plat, omdat de chemo niet alleen slechte cellen doodt. Het is daarom ook de week in de behandeling dat ik geen bezoek ontvang en huis & tuin niet verlaat. Te riskant, met een niet werkend immuunsysteem. Afspraken omtrent bezoek leverden ook een jeukwoord: nog. Als in: “Kan ik je nog een keer zien?”

Wat mij betreft zijn bezoeken vooralsnog als vanouds: veel lol, intiem als het zo uitkomt, soms de diepte in, ontspannend. Bezoeken in het kader van ‘nog een keer zien’, dat doen we – als alles verloopt zoals de oncoloog hoopt – over 18 maanden of later.

De verhuizers waren er ook weer. Toen begin dit jaar de Corona-ellende begon was het vanzelfsprekend dat de Omta-tjes zich in Oud-Sabbinge ophokten. Daarna volgde onze inschatting dat Covid-19 de boel nog wel een paar jaar op zijn kop zet. Dan is een huis met grote tuin in uitstrekte polders bij het Veerse Meer en Oosterschelde fijner dan een appartement in een half gesloten stad.

Dus ons Rotterdamse vastgoed verkochten we en er kwam een einde aan onze lat-relatie. Moet er bij zeggen dat mevrouw Omta’s randstedelijke werkgever stevig mee faciliteerde door thuiswerken te stimuleren. Want een nieuwe baan van mevrouw was destijds aanleiding voor de verhuizing.

Een zelf gerestaureerde arbeiderswoning met een grote aanbouw volgens eigen plan, het is geen verkeerde plek om de dagen te slijten. Blij dat we halverwege keerden.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie