40 MANIEREN OM DOOD TE GAAN

Mevrouw en meneer Omta waren er een paar dagen uit. Naar de Veluwe. Ik woonde drie jaar – en recreëerde zo’n twintig jaar – op landgoed Welna, tussen Epe en Nunspeet. Bossen zijn me vertrouwd. Het was heerlijk terug te zijn, een woud ruikt nog steeds het lekkerst in het najaar. Helaas voor mevrouw Omta zagen we geen wild.

Gisterochtend verlieten we de Veluwe voor een afspraak in Goes, met den oncoloog. De zes chemokuren hebben gedaan wat verondersteld werd: snel groeiende kankercellen doden. De langzamere groeiers zijn er nog steeds maar dat was vooraf aan de kuur al bekend. Hoe nu verder?

Afwachten, wordt – na ondergaan – het nieuwe motto. Over zes weken heb ik weer een bloedonderzoek, over drie maanden ga ik opnieuw door de scanmachine. Dan wordt duidelijk wat de tumoren doen en of een nieuwe ronde chemo nodig en zinvol is. Aan mijn levensverwachting is niets veranderd: nog zo’n 18 maanden. Gemiddeld. Zo’n 25-30 procent van mijn lotgenoten leeft na vijf jaar nog.

Het zou gek zijn als ik niet nadenk over doodgaan. Het onvoorstelbare invoelbaar maken. Althans, dat probeer ik af en toe. Vaak aan het einde van de avond, als mevrouw Omta al slaapt. Ik hoopte van den oncoloog te horen op wat voor einde ik me voor moet bereiden. Aan zijn antwoord heb ik weinig: “Daar kan ik niets over zeggen, er zijn wel veertig manieren om dood te gaan met darmkanker”. Op mijn vraag of ik ook kan overlijden aan de uitzaaiingen in de longen is de respons helderder: “Die kans is klein”.

Vanmiddag wandelden mevrouw Omta en ik anderhalf uur langs de Oosterschelde. Op zich een wonder, nog maar een paar maanden geleden haalde ik de 100 meter niet. De chemokuren hebben wonderen verricht.

Een radarpost laat me aan het gesprek met den oncoloog denken. In de mist ziet zo’n apparaat van allerlei, maar je weet niet wat.

Dit bericht is geplaatst in Mevrouw Omta, Privé met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie