VAN DE ROEPERT NAAR DE POEPERT


Dinsdag. De dag van mijn wekelijkse uitje naar de Goese weekmarkt. Vandaag voor vis bij het avondeten en een bakje kibbeling + een broodje döner als lunch. De laatste twee op straat genuttigd. In een Noord-Bevelands dorp was de uitbater van de snackbar vorige week nog ouderwets gastvrij: “Jullie mogen wel binnen zitten, de politie komt hier toch nooit”.

Ik kom op eten door een bericht in mijn favoriete Facebook-hangplek: Darmkanker Lotgenoten, voor darmkankerpatiënten en hun naasten. Daar stelde een lotgenoot een paar dagen geleden een vraag over voeding. Uit de antwoorden maak ik op dat ik niets te klagen heb. Nu is er bij mij geen stuk darm verwijderd en heb ik ook geen stoma. Dat scheelt. Want vooral dan moet je opnieuw leren wat je lijf verdraagt en wat niet. Maar ik verdraag dus alles.

Dat was afgelopen zomer, kort na de diagnose darmkanker met volop uitzaaiingen, anders. Ik had totaal geen trek en at bijna niets. Het maakte de feeder in mevrouw Omta wakker. Met eindeloos geduld bleef ze me eten aanbieden. De start was geen succes. De flesjes krachtvoer kreeg ik na de eerste pogingen niet meer weggewerkt. Een algemeen euvel, weet ik inmiddels van een familielid werkzaam in de medische voedingsmiddelen. In de flesjes zit visolie en het is de producenten nog niet gelukt die smaak te verhullen.

Al proberend ontdekte mevrouw Omta dat stevig gekruid eten mijn voorkeur heeft. Dus veel kaneel en cayennepeper in de ontbijthavermout. Zelfgemaakte roti’s, smaakvolle kruiden in de saus bij de pasta. En die broodjes döner. Wasabinoten als tussendoortje. De specerijen (en de chemokuur) deden mijn eetlust goed. Ik eet nog steeds veel gekruid voedsel maar verder alles wat de pot schaft of de Zeeuwse restaurants als afhaalmenu bieden.

Mijn voeding was om een andere reden al langere tijd een dingetje. Komt door mijn diabetes. Ondanks het geringe vertrouwen van de diabetesverpleegkundige in een andere oplossing dan medicatie besloot ik met een aangepast, streng dieet, weinig vlees, veel bewegen en amper alcohol de suikerwaarden in de goede richting om te buigen. Dat lukte, kort voor de diagnose darmkanker waren mijn waarden bijna weer zoals het hoort.

Maar toen kwam dus die waardeloze darmkanker. En het relatief korte perspectief dat den oncoloog me biedt. Heb er een paar dagen over na zitten denken en besloten tot een Bourgondisch levenseinde. Waarin ik alles consumeer wat ik wil. Ook als er suiker in zit, of alcohol. En een sigaret vindt ik ook nog steeds lekker. Evenals een joint. De laatste doorgaans voor het slapen gaan en tussendoor als ik zin heb.

De Bourgondische levensstijl doet me goed. Het voelt prettig en ongecompliceerd. Mijn gewicht tikte vorige week 76 kilo aan. Ik kom van 62 en was een jaar geleden ruim tachtig kilo.

Maar alles wat er in gaat, moet er ook weer uit. Kort na de diagnose was dat een dingetje. Ik werd, ook doordat de kanker in de endeldarm zit, incontinent. Aanvankelijk bood een inlegkruisje uitkomst en hernieuwde bewegingsvrijheid, later een luier. Door de chemo werden die hulpmiddelen overbodig. Het gaat nu weer als vanouds. Althans bijna. Ik slik dagelijks een magnesiumpil om de vaart er in te houden. Waar ik gewend was na aandrang het toilet te bezoeken, is het nu vooral een kwestie van berekening geworden. Want die aandrang heb ik niet meer. Ik ga gewoon om de paar uur zitten en laat, lijkt het wel, de zwaartekracht zijn werk doen. En dat gaat goed.

En om ook hier de vraag te beantwoorden die me vaak is gesteld, ook door de heerlijk directe barbier die ik kort voor zijn verplichte sluiting bezocht: “Heb je dan ook bloed in je ontlasting?”. Ja, soms een beetje. Evenals ten tijde van de diagnose en tussen de chemokuren in. Tijdens de kuren nooit. Maar nu dus met regelmaat weer wel. Maar alles went. Ook bij deze vent.

Dit bericht is geplaatst in Foto, Mevrouw Omta, Privé met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie