DAT’S PECH, BAARD WEG


Laat ik maar beginnen met de tekening, dat is een apart verhaal. De maakster is Yvonne, een vriendin van mijn liefste middelste dochter. Om de lockdown aangenamer te maken begint Yvonne een zoomcursus tekenen. Ik zag een studie van de tekening die er niet uit ziet. Maar het eindresultaat is zo ontzettend raak en geslaagd. Petje af.

Wat goed uitkomt met de tekening: Yvonne gebruikte een foto van kort voor ik de diagnose darmkanker kreeg. Mijn gewicht was al afgenomen. Ik heb het kort getrimde baardje waarmee ik al jaren rondloop. Na de diagnose besluit ik (weet niet meer precies waarom) mijn baard te laten groeien. Dat lukt goed, ik krijg een stoere, volle baard. Tot een paar weken terug. Door de chemo begint mijn baard uit te vallen. Ik laat het gebeuren totdat ik het uiterlijk heb van de Kungfu-meester in de film Kill Bill: slechts enkele lange slierten haar. Zag er niet uit, het scheerapparaat biedt uitkomst. Ik ben nu nagenoeg baardloos, zoals op de tekening.

Ik schrijf dit op de dagbehandeling oncologie van het Goese ziekenhuis. Voor de derde chemobehandeling van deze kuur. De dosis is op advies van den oncoloog verlaagd. De bijwerkingen (een paar behoorlijk brakke dagen, weinig eetlust en extreem oxiderend reetzweetzuur ongeveer een week na het begin van de kuur) waren te heftig. Zo’n aanpassing van de dosis is normaal (ook oncologie is mensenwerk) en heeft geen invloed op de effectiviteit (die later deze maand gemeten wordt, dan ga ik weer door de scan).

De bijwerkingen leggen ook bloot hoe verschillend mevrouw en meneer Omta een en ander ervaren. Ik kruip relaxed een paar dagen in bed, radio aan en iPad op schoot. Ervaar het niet als heel erg belastend. Mevrouw Omta ziet vooral een partner die bijna niets meer kan of wil. Met het oxiderend reetzweetzuur iets vergelijkbaars. Ik ben blij dat na een week verstopping (bijwerking) naar buiten komt wat er in ging. Mevrouw Omta ziet me 24 uur worstelen met mijn intensieve toiletbezoek.

Ik loop wel weer in een luier, al een paar weken. De afvalstoffen van de tumor in mijn endeldarm melden zich tamelijk onaangekondigd bij de uitgang. De waarschuwingstijd is te kort om het toilet te halen. Dan is een luier opnieuw een uitkomst. Ook om wat langer van huis te kunnen.

Fysiek en conditioneel ga ik achteruit. Voor wat zwaardere tuinklusjes die ik al 45 jaar zelfstandig doe heb ik nu de hulp van mevrouw Omta nodig. Wandelen doe ik bij voorkeur aan de arm en niet al te ver. Aan het einde van de middag ga ik twee uur naar bed na het roken van een sjonnie, onze huiselijke benaming voor een joint.

Wat mevrouw en meneer ook nog steeds goed samen kunnen: huilen. Door verdriet om het onvermijdelijke, het onvoorstelbare. Maar in mijn geval vaak ook om eigenlijk simpele dingen. Een film die ik zag, een opmerking in een kranteninterview of de mussenkolonie in onze tuin. Als ik er over vertel kan het dat mijn stem breekt en de tranen komen. En vaak weer net zo snel vertrekken.

Dit bericht is geplaatst in Foto, Liefste middelste dochter, Mevrouw Omta, Privé met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord