KAN GAAN NADENKEN OVER HET TUINTJE OP MIJN BUIK

Na drie overnachtingen mocht ik het ziekenhuis weer uit, de ernstige verstoring van mijn glucose was bedwongen. Bij binnenkomst zijn mijn waarden zo hoog dat de standaard apparatuur ze niet kan meten. Een verpleegkundige tegen mevrouw Omta: “Andere patiënten raken met deze uitslagen in coma”.

Ik vertelde van mijn voornemen Bourgondisch te eindigen. Daar hebben ze in het ziekenhuis een oplossing bij bedacht: ‘s ochtends een spuit in de buik voor 24 uur, tussendoor meten of een extra dosis insuline nodig is. Ik mag blijven eten en drinken wat ik wil. Met een doos benodigdheden keer ik huiswaarts. Een volgende stap in de medicalisering van mijn leven. Hoewel, er valt ook medicatie af.

Den oncoloog informeerde ons eerder deze week dat de recente chemokuur nul procent effect had. Sterker, de meeste tumoren zijn gegroeid, waaronder de uitzaaiing in de lever (die is inmiddels 8 centimeter). De kuur wordt stopgezet. Hij ziet het somber in. Het is afhankelijk van weefselonderzoek welke vervolgbehandelingen mogelijk zijn. Als ik die nog wil. De afgebroken kuur is niet blijven hangen als een toonbeeld van kwaliteit van leven. Door de sterke groei van de levertumor is het ongewis waaraan ik sterf, darmkanker of leverkanker.

Gisteren met mevrouw Omta een goed gesprek gehad met de huisarts. Over de opties voor het levenseinde. Lees: palliatieve sedatie of euthanasie. Ik neig nu naar het laatste. Dat was lange tijd anders maar inzichten veranderen. Komt doordat ik nu al steeds minder kan (ik heb de afgelopen weken flink ingeleverd op mijn energie en gewicht), ik al twee maanden incontinent ben en de kans groot is dat nieuwe uitzaaiingen zich in de botten vestigen. En dat’s geen feest. Vandaag begonnen aan de eerste pijnbestrijding, met een lichte dosis morfine.

Mijn perspectief verandert dus. Kon ik eerst nog redelijk opgewekt van dag tot dag leven, nu moet er gewerkt worden. Adressen verzamelen, muziek definitief kiezen (‘Song for Europe’ van Roxy Music: “All those moments lost in wonder, that we’ll never find again”), een ‘overdrachtsdocumentje’ voor mevrouw Omta en de dochters, de Omta-stamboom die ik bij elkaar puzzelde geschikt maken voor onderhoud door een nog te zoeken andere Omta, te maken afspraken zullen steeds meer afscheidsbezoeken worden. Wat wil ik met het tuintje dat straks op de begraafplaats op mijn buik groeit? Dat soort dingen.

Het zijn op zich onbenullige zaken maar emotioneel soms lastig te tackelen. En dan janken we samen een potje. Zoals we afgelopen jaar al zo vaak jankend in elkaars armen tegenslagen overwonnen.

Dit bericht is geplaatst in Mevrouw Omta, Privé met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord